Richtlijnen voor (nieuwe) termen
Suggestie niet-voorkeursterm (used for)
- Een Engelse vertaling van het Nederlandstalige concept.
- Engelse bron(nen) die gebruikt zijn voor de vertaling.
- Een Engelse vertaling van de scope note (met bronvermelding).
1.2 Voorkeursterm
Een concept kan meerdere termen bevatten, maar er is slechts één voorkeursterm.
De voorkeursterm is de term die het meest gebruikt wordt in algemene standaard- en naslagwerken.
1.3 Regels en Spelling
De voorkeursterm is het woord of zijn de woorden die het meest gebruikt wordt of worden in wetenschappelijke literatuur om het concept aan te duiden. Voor de schrijfwijze van descriptoren worden de spellingsregels gevolgd zoals beschreven in de nieuwste editie van het Groene Boekje van de Nederlandse Taalunie. Indien andere gezaghebbende bronnen als Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal of het Witte Boekje andere spellingsregels hanteren wordt deze schrijfwijze opgenomen als alternatieve variant (equivalente term). Uitgesloten zijn eigennamen van personen, organisaties, geografische plaatsen en evenementen.
1.4 Pre- en postcoördinatie
Precoördinatie is niet toegestaan in de AAT. Er is sprake van precoördinatie als een combinatie van twee of meer concepten een zelfstandig concept vormen in de thesaurus.
Het combineren van concepten vindt plaats in de search- en retrievalfase: postcoördinatie.
1.5 Alfabet
Gebruik het Romeinse alfabet.
2. Keuze woordsoort voorkeursterm per hiërarchie.
N.B.: Nog niet alle hiërarchieën staan hieronder vermeld.
Hiërarchie Abstracte begrippen
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord. Het gebruik van enkelvoud of meervoud wordt bepaald door voorkeuren in algemeen gebruik (ondersteund door bronvermeldingen).
Fysieke kenmerken
De voorkeursterm is ofwel een bijvoeglijk naamwoord ofwel een zelfstandig naamwoord. Bepaal de keuze op basis van algemeen gebruik, gewoonte en behoefte.
Hiërarchie Toestanden en Invloeden
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord.
Hiërarchie Ontwerpelementen
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord in meervoud, behalve wanneer in het algemeen taalgebruik het enkelvoud gangbaar is.
Hiërarchie Kleuren
De voorkeursterm is een zelfstandig of een bijvoeglijk naamwoord; maak de keuze die passend lijkt.
Facet Stijlen en Perioden
De voorkeurstermen in dit facet zijn bedoeld als bepalingen (bepaling van tijd of streek) en horen daarom, indien mogelijk, in de bijvoeglijke vorm opgenomen te worden. Is dit niet mogelijk dan kan de zelfstandige vorm (als zelfstandige bepaling) opgenomen worden.
In de secties waar de moderne – en post-1945-tijd behandeld wordt is de voorkeursterm een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van de descriptor van een artistieke beweging (bijv. conceptueel of constructionistisch).
Hiërarchie Personen
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord in meervoud.
Hiërarchie Organisaties
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord in meervoud.
Hiërarchie Levende Organismen/Organismes
Voorkeurstermen zijn de wetenschappelijke taxonomische namen (met beginhoofdletter).
N.B. Deze hiërarchie is nog niet beschikbaar in de Nederlandse versie (2007).
Hiërarchie Vakgebieden
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord in enkelvoud, behalve waar in het dagelijks gebruik het meervoud gangbaar is.
Hiërarchie Functionele Activiteiten
De voorkeursterm is een zelfstandig werkwoord of de meest gebruikte zelfstandige vorm.
Hiërarchie Gebeurtenissen
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord in meervoud, tenzij algemeen gebruik het enkelvoud voorschrijft.
Hiërarchie (Fysieke en Geestelijke Activiteiten (N.B. nu nog Lichamelijke Activiteiten)
De voorkeursterm is een zelfstandig naamwoord of een zelfstandig werkwoord.
Hiërarchie Procédés en Technieken
De voorkeursterm is een zelfstandig werkwoord of een zelfstandig naamwoord, afhankelijk van behoefte en gebruik.
Qualifiers achter termen (tussen ronde haken) worden alleen toegevoegd als het nodig is om de term te onderscheiden van identiek geschreven termen met een andere uitspraak en/of betekenis die eveneens in de AAT voorkomen. De qualifier geeft de ondubbelzinnige betekenis van een term weer. Vaak wordt hiervoor de broader term gerbruikt.
- De voorkeursterm moet worden ondersteund door drie bronnen. Voor synoniemen, alternatieve termen en de scope note is één bron nodig.
- Alleen gezaghebbende bronnen zijn toegestaan. Citeer geen persoonlijke websites of ongepubliceerd werk van niet-professionele schrijvers. N.B.: Een van de bronnen mag een woordenboek of andere informatietaal zijn.
- Gebruik de informatie en spelling die op de titelpagina van het boek of boven het artikel staat, ook al is die spelling ouderwets of niet gelijk aan de voorkeurspelling. Voor auteurs (voor)namen geldt ook: overnemen wat op het titelblad staat. Is dat bijvoorbeeld de hele voornaam, neem dan de hele voornaam over.
- Betreffende boeken in de drie moderne talen (Frans, Duits, Engels): als het boek niet in de oorspronkelijke taal voorhanden is, gebruik dan de Nederlandse vertaling. Verwijs dan ook naar de Nederlandse titelbeschrijving. Is de titel niet in een van de drie moderne talen, noteer dan eerst de oorspronkelijke titel cursief, daarachter tussen haakjes de Nederlandse vertaling (niet cursief).
- Hoofdletters alleen daar waar je die in een normale zin ook zou verwachten.
- Gebruik voor de voorkeursterm de meest actuele en gezaghebbende bron.
Voorbeelden
De opmaak van een bronverwijzing verschilt per publicatievorm (bundel, boek, tijdschriftartikel, etc.)
Gebruik onderstaande voorbeelden als leidraad. Let bij het overnemen extra goed op:
• volgorde van de gegevens (auteur, titel, plaats en jaar)
• komma’s, spaties en punten.
• staat iets cursief, tussen aanhalingstekens of tussen haakjes?
• standaardtoevoegingen: (ed.) ‘in:’ ‘e.a.’ etc.
- Boek
Renkema, J., Schrijfwijzer, Handboek voor duidelijk taalgebruik. (3e druk; 's-Gravenhage 1995).
[Auteur(s). Titel. (editie/druk; [indien niet de eerste] Plaats, jaar van uitgave [van de gebruikte editie/druk] Let op: alleen de druk te vermelden als het een herziene druk betreft].
- Tijdschriftartikel
Wagt, van der, J. ‘Ruimteavontuur, Wat heeft de ESA in het heelal te zoeken?’. Intermediar 14 (2008) 47-51.
Auteur(s), ‘Titel’. Tijdschrifttitel [cursief] nummer van de jaargang (jaartal) pagina’s.[Laat de vermelding van het woord ‘pagina’ of afkorting ‘pgn.’ Achterwege.]
- Artikel in een bundel
Schuwirth, L. ‘Toetsen met korte casussen’ in: H. van Berkel, A. Bax (ed.), Toetsen in het hoger onderwijs. (Houten 2002) 119-134.
[Auteur(s). ‘Titel’, in: [Let op: alleen bij een artikel uit een bundel wordt het woordje 'in:' toegevoegd.] samensteller(s) [Bij een bundel met een redactie of samensteller voeg je "ed." aan de naam toe. "ed." is de afkorting voor 'editor' of 'edidit'.], Titel van de bundel. (Plaats jaartal) pagina’s] - Artikel in krant
Biederman, W., ‘Damascus brengt zichzelf opnieuw schade toe’, De Volkskrant, 13 juli 2005.
[Auteur(s), ‘titel’, Naam krant, datum uitgave]
- Online-bron
Auteur bekend:
L. Mijderwijk, 'Duitse keizer op Hollandse bodem' (versie 15 augustus 2002), http://www.geschiedenis.nl/artikelen/03/mijderwijk.html (11 november 2009)
Instantie bekend:
Koninklijke Bibliotheek, 'Dossier afschaffing slavernij (1863)' (versie 13 juni 2007), http://www.kb.nl/dossiers/slavernij/slavernij.html (11 november 2009)
[Auteur(s). ‘Titel van de tekst/bron’. Titel van het volledige werk. Versie met datum, nummer van de jaargang (jaartal): aantal paragrafen/pagina’s [indien bekend], URL [volledig], (datum van raadpleging)]
Richtlijnen voor de scope note:
- Het gebruik/de toepassing van het concept.
- De betekenis en context van de descriptor en andere termen in het record/het concept.
- Ter verduidelijking van het verschil met termen in in andere records, maar die overlappende betekenis hebben of die op een andere manier verwarrend kunnen zijn voor de gebruiker.
- Gebruik een kernachtige volgorde die zoveel mogelijk informatie bevat:
1. Optioneel: herhaal de term.
Meestal wordt dit echter achterwege gelaten, tenzij het nodig is ter verduidelijking (bijvoorbeeld als de descriptor meervoud is maar de scope note over het enkelvoud spreekt of als de descriptor en de synoniem(en) - ‘used for’- term allebei in de scope note besproken worden).
2. Noem de klasse of bredere context van het concept.
3. Benoem de kenmerken die het concept onderscheidt van alle andere onderwerpen in zijn klasse.
4. Optioneel: voeg een aanvullende beschrijving toe over respectievelijk: het gebruik van het concept, een beschrijving van het object of de geschiedenis van het gebruik en ontwikkeling.
5. Refereer aan termen die gerelateerd zijn aan, of zich juist onderscheiden van het concept.
Hierarchisch: broader term & narrower term
De broader term voorziet het concept van een soort of klasse en bepaalt daarmee zijn betekenis. Bijvoorbeeld 'stoelen' is een meer algemene term - een broader term - van 'bureaustoelen'. Een stapje hoger in de hiërarchie vinden we 'zitmeubels' als broader term van 'stoelen'. In een hiërarchische presentatievorm ziet dit er als volgt uit:
- De aanduiding 'preferred parent' of 'non-preferred parent' heeft in dit geval geen voorkeursbetekenis. Het is eerder een technisch hulpmiddel om meerdere parents toe te kunnen kennen.
Een term kan als een ‘voorkeursterm’ of als een ‘niet-voorkeursterm’ worden benoemd. Een niet-voorkeursterm is een term met eenzelfde betekenis als de voorkeursterm. In de AAT wordt alleen de voorkeursterm in de hiërarchie en bij indexering gebruikt. De Niet-voorkeursterm staat als 'use for' verwijzing in de thesaurus.
- Niettemin voert de niet-voorkeursterm in de concept-gebaseerde structuur van de AAT terug op het unieke concept en kan dus door de gebruiker van de AAT wel als voorkeursterm in het eigen systeem worden gebruikt.
Niet-voorkeurterm kan voorkomen als: een synoniem; een quasi synoniem; een leenwoord (een woord ontleend aan een vreemde taal); een regionale term (bv. Vlaams); een archaïsche term.
De associatieve relatie: related term
Termen kunnen met elkaar geassocieerd worden, maar hoeven dan niet per se gekoppeld te zijn in een hiërarchie. Dit betekent dat twee gelijkende begrippen met elkaar geassocieerd kunnen worden, hoewel ze onder verschillende ‘broader terms’ staan. Deze worden ‘related terms’ genoemd. Deze termen worden vaak gebruikt als hulpmiddel om termen te vinden die vergelijkbaar zijn met de eerste term, maar niet altijd meteen voor de hand liggend zijn.
Bijvoorbeeld:
<bouwwerken naar locatie>
… Poortgebouwen [voorkeursterm]
… … Conciërgewoningen [related term]
<ceremoniële bouwconstructies>
… gedenktekens [voorkeursterm]
… …aandenkens [related term]
… …gedenkzuilen [related term]
… …herdenkingsbogen [related term]
‘Poortgebouwen’ is geassocieerd met ‘conciërgewoningen’ en andersom. Dit omdat in de definitie het concept conciërgewoningen’ sterk lijkt op dat van ‘poortgebouw’, maar afwijkt in vorm. Het onderscheid wordt in de scope note aangegeven.
‘Gedenktekens’ heeft ‘aandenkens’, ‘gedenkzuilen’, en ‘herdenkingsbogen’ als related terms omdat dit objecten met een soortgelijke functie zijn maar die zich toch in een andere hiërarchie bevinden, bijvoorbeeld omdat de vorm sterk afwijkt.